
‘Onze toonendichter die aen Gent zoo dierbaer is.’
Martin-Joseph Mengal (Gent, 27 januari 1784 – Gent, 4 Juli 1851)
Operacomponist in Parijs
Martin-Joseph Mengal – doorgaans Mengal ‘l’ainé’ genoemd om hem te onderscheiden van zijn jongere broer die ook hoornist was – kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader die hoornsolo van de Gentse opera was. In zijn autobiografische geschriften schrijft Mengal dat hij viool leerde bij Prévot en Wauti. Deze laatste is misschien Wauthier, eerste viool bij de Gentse opera en leraar van Charles Hanssens ‘l’ainé’. Op zijn twaalfde speelde Mengal al vioolconcerto’s voor publiek en een jaar later speelde hij ook hoorn in het Gentse opera-orkest; het is dat laatste instrument dat zijn uiteindelijke voorkeur wegdroeg. Rond dezelfde leeftijd
pleegde hij ook zijn eerste composities, haast instinctief, zonder gedegen kennis van de harmonie. Mengal begon in 1804 zijn studies aan het Conservatoire Impériale van Parijs, waar hij hoorn studeerde bij Frédéric Duvernoy, de eerste grote Franse hoornist en een van Napoleons favoriete musici. In december 1804 werd hij als hoornist ingelijfd in de Garde Impériale, een korps waarmee hij op 26 mei 1805 in Milaan zou spelen op de kroning van Napoleon tot koning van Italië.
In 1809 behaalde Mengal zijn eerste prijs hoorn. Als ‘premier cor’ werd hij door het Théâtre Odéon geëngageerd en in 1812 door het Théâtre Feydeau (de Opéra Comique). Ondertussen studeerde hij ook nog compositie bij Antoine Reicha. De vruchten daarvan waren al te horen in zijn ‘opéra-comique’ Une nuit au château, een eenakter die op 5 augustus 1818 in het Théâtre Feydeau in première ging. Door het
‘succès d’estime’ van deze eersteling kon Mengal al op 27 maart 1819 in het zelfde operahuis zijn drie-akter L’ile de Babilary laten opvoeren. Alhoewel dit werk viel als een baksteen, kreeg hij nog een nieuwe kans: op 2 januari 1823 werd in het Théâtre Feydeau zijn ‘opéra-comique’ Les infidèles gecreëerd. Hoewel het stuk goed werd onthaald, was het zijn laatste Parijse opera. In die jaren componeerde Mengal ook veel harmoniemuziek, concertante symfonieën, kamermuziek en romances, maar bovenal schreef hij muziek voor zijn eigen instrument. In zijn composities toont hij echter niet alleen zijn kunnen als hoorncomponist, maar overtuigt hij over de hele lijn.
Operadirigent in Gent, Antwerpen en Den Haag
Dat Mengal in de Franse hoofdstad geen nieuwe kansen als operacomponist kreeg, zal
zeker hebben meegespeeld in zijn beslissing om in 1824 naar Gent terug te keren. Op 3 december 1824 gaf hij een recital in de Gentse opera en in het seizoen 1825-1826 volgde hij er Charles-Louis Hanssens ‘l’ainé’ op als directeur-dirigent. De nieuwe directeur stelde een nieuw gezelschap samen waartoe onder meer François Van Campenhout behoorde, de latere componist van de Brabançonne. Mengal opende zijn eerste seizoen op 28 augustus 1825 met La somnambule op tekst van Eugène Scribe, Le nouveau seigneur de village van Boieldieu en Le tableau parlant, van Grétry. Op 30 november van datzelfde jaar liet hij een herwerkte versie van Les infidèles in première gaan. Later op het seizoen, op 1 maart 1826, werd al een tweede opera van zijn hand gecreëerd, namelijk Le vampire. Rossini’s Il barbiere di Siviglia werd opgevoerd tijdens het galaconcert ter gelegenheid van de installatie van de nieuwe