
Naarmate hij als operacomponist meer in de vergetelheid raakte, groeide zijn reputatie als muziektheoreticus en musicoloog. Een groot deel van zijn geschriften wijdde Gevaert aan de antieke muziek, zoals Histoire et théorie de la musique de l’antiquité (1875-1881) of Les problèmes musicaux d’Aristote (1899).