
Vanuit Parijs bleef hij contact houden met het Gentse Conservatorium. Ook het Gentse muziekleven lag hem nog steeds nauw aan het hart. Voor de inhuldiging van Pieter De Vignes bronzen beeld van Jacob Van Artevelde op de Gentse Vrijdagsmarkt (in 1863) schreef hij een cantate op verzen van Napoleon Destanberg. ‘Leitmotiv’ in het werk is ‘l’air de cour’ Est-ce Mars van de Franse renaissancecomponist Pierre Guédron. Onder een volkse vorm was de melodie in onze contreien bekend als het Toebakslied.